De weg van Atlas - deel I
Lieve Atlas,
Een jaar en enkele uren geleden werd je ineens heel ziek. Je huilde ontroostbaar, een uurtje nadat ik je had gevoed en je rustig bij je papa had gelegd. Extra melk kon je niet sussen. Ik nam je mee naar de badkamer, kleedde je uit, en zag dat je een vreemde kleur had, wat grauw. Je had witte vlekjes op je benen.
We belden naar de materniteit. Ze zeiden dat we even langs konden komen, voor de zekerheid.
Je papa kleedde zich aan, ik ging met jou naar beneden. Maar alles in mij zei dat het niet goed was, je bleef krijsen. Ik riep naar je papa dat we meteen moesten vertrekken. Nu! Nu! Nu!
Hij had geen tijd meer om zijn schoenen aan te doen, schepte Sienna uit bed en hees haar in de auto. Even paniek omdat de maxi-cosi niet in de auto stond. Maar ik had je nooit alleen in je zitje gelaten, ik nam je op mijn schoot in de auto.
Je krijsen ging over in kleine kreuntjes, om de paar seconden. Sienna vond het grappige geluidjes. Ik hield je dicht bij mijn gezicht, fluisterde je toe, probeerde je gerust te stellen, gaf je kusjes. Alsof mijn kalme stem iets kon doen aan wat je toen meemaakte.
We kwamen in het ziekenhuis aan, ik stapte met jou de spoed binnen. Papa bleef met je zus in de auto. De mevrouw aan de balie vroeg waarom ik daar was. Ik had je in je dekentje gewikkeld bij mij. Even later - wat een eeuwigheid leek - kwam een verpleegster mij binnenlaten. Ze leidde me naar een kamer, ik liet je aan haar zien, en meteen ging ze de kamer terug buiten. Niet veel daarna kwam ze terug met 2, 3, 5 en uiteindelijk 7 collega’s. Spoedartsen, verpleegsters, intensivisten.. Ze gingen meteen aan het werk, voor hen was het heel duidelijk dat het niet goed was.
Achteraf gezien noemden ze het een reanimatie, hoewel je nooit gestopt bent met ademen. De eerste bloedmeting was blijkbaar zo slecht dat heel wat mensen die met die waarden binnenkomen, het niet halen.
Ze dienden je heel wat medicijnen toe zoals zware antibiotica - alles wat mogelijks kon helpen in een situatie waarvan ze niet wisten wat er aan de hand was. Ze probeerden infusen te prikken in je kleine adertjes, maar dat lukte niet. Ze moesten een botboor plaatsen, via je knietje rechtstreeks in je beenmerg.
Ik ging je papa halen, zei dat het niet goed was. Je voke kwam Sienna ophalen aan het ziekenhuis. Even later kwam de ambulance van het UZA aan, zij hadden meer ervaring met dergelijke kritieke gevallen. Ze gingen je in slaap doen en intuberen. Dat was de laatste keer dat ik je stemmetje nog hoorde. Dat je bij bewustzijn was, maar misschien ook veel pijn had.
Ik reed met de ambulance mee naar het UZA, je papa kwam achterna met de auto. De spoedarts waarschuwde ons vooraf dat je het mogelijks niet ging halen. Ik snapte niet waarom ze zoiets zou zeggen.. ik begreep niet wat er aan de hand was, enkele uren ervoor was je gewoon nog helemaal ok.
We kwamen bij het UZA aan, niet veel later kwam je papa binnen. De kindercardioloog ging je onderzoeken, dacht dat het een vernauwing was aan je aorta. Even later kregen we hoopvol nieuws, het leek inderdaad deze vernauwing, iets wat vaker voorkomt bij pasgeboren baby’tjes. Je zou een hartoperatie moeten ondergaan binnen enkele dagen, maar nu konden ze je medicijnen geven die de ader open zou zetten. We zouden binnen enkele uren verbetering moeten zien.
Het was de eerste keer dat we precies konden ademhalen. De eerste keer dat ik kon huilen. We waren allebei zo opgelucht. Het was niet niks, zo’n operatie, maar je papa en ik wisten dat je het ging halen. Het licht kwam op en we bleven aan je zijde, konden voorzichtig enkele grapjes maken.
De dokters en verpleegsters kwamen je continu controleren. Andere cardiologen werden erbij gehaald, er werden nieuwe echo’s van je hartje gemaakt. We voelden de twijfel, kregen te horen dat de medicijnen toch minder goed aansloegen. Ze wilden je overbrengen naar het UZ Gent, omdat ze daar een hart-long machine hadden, moest het nog erger worden dan nu. Het duurde wel twee uur om alles klaar te maken om je naar de ambulance te brengen, het team sprak af wie wat zou doen, wie welke machines en onderdelen zou vervoeren, wie wat zou controleren. Een zestal zwaantjes van de politie stonden klaar om ons naar Gent te transporteren, zodat we niet in de file moesten staan. Opnieuw kregen we het bericht dat, als je hartje ermee zou stoppen tijdens het vervoer, we niet zouden stoppen.
Maar je deed het goed in de ambulance, we zagen op het schermpje in de voorcabine dat de dokters in de ruimte bij jou op hun gemak waren. Dat gaf ons ook wat gemoedsrust. Voor de eerste keer in 24u kon ik enkele korte seconden mijn ogen toe doen.
We kwamen aan in het UZ Gent. Ze gingen meteen een CT scan uitvoeren, om beter te kijken wat er aan de hand was. Niet veel later kregen we te horen dat het geen vernauwing aan de aorta was, maar dat ze heel wat bloedklonters zagen in je lichaam. In je longen, in je nieren en in de aorta bij je buikje. Dit hadden ze nog nooit gezien.
Alles werd klaargemaakt om je te opereren, om met een katheter via je liesje naar de grootste klonter te gaan om deze eruit te halen, of om er medicijnen in te spuiten om het op te lossen. Je bloed moest terug beginnen stromen om je beter te maken.
Je overleefde de operatie, hebt dat zo goed gedaan. Maar we kregen geen goed nieuws, het had niet gewerkt. De klonter was niet opgelost, de ader was niet vrijgemaakt.
Het enige waar we nu op konden hopen, was dat de medicijnen om de klonters op te lossen, zouden werken. Je nonkel, tante, je voke en nana kwamen af naar het ziekenhuis, om ons en jou te steunen. We staarden met z’n allen naar de schermen met de waardes, bij elke positieve evolutie kregen we hoop. Je papa en ik waren er zeker van dat je hierdoor zou komen. Het kon niet anders.
Zo gingen we de nacht in.




Ik ken jullie niet persoonlijk, maar dit verhaal blijft me zo ontzettend raken. Wat een liefde voor Atlas. Ik wens jullie alle kracht en steun toe die jullie nodig hebben in deze moeilijke dagen 💛